Verklaring over royeren voorzitter, gestuurd aan alle PvdD-leden

“Op 15 oktober 2019 is Sebastiaan Wolswinkel door het partijbestuur geroyeerd als lid van de partij (formeel: ontzet uit het lidmaatschap). Dat houdt in dat hij sinds dat moment ook geen voorzitter meer is van de partij.

Hoofdredenen die ten grondslag liggen aan dit bestuursbesluit zijn dat hij zich herhaaldelijk niet hield aan bestuursbesluiten en dat hij met zijn optredens de partij onredelijk heeft benadeeld.

In de statuten is vastgelegd dat deze gronden voor royement op ieder lid van toepassing zijn. Een lid dat door het partijbestuur ontzet wordt uit het lidmaatschap van de partij kan hiertegen bezwaar aantekenen bij de commissie van beroep die de partij kent. Sebastiaan Wolswinkel heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en heeft beroep aangetekend.

De commissie van beroep is de plaats waar hoor en wederhoor plaatsvindt. In het HuisHoudelijkReglement (art. 7.3) staat hierover: ’De commissie van beroep oordeelt op verzoek van het betrokken lid over een besluit van het partijbestuur tot ontzetting uit het lidmaatschap. De commissie van beroep toetst het besluit in kwestie volledig. Dit betekent dat de commissie kijkt of de procedures juist zijn toegepast en tevens de inhoud van het besluit beoordeelt.‘

Het is niet gebruikelijk om uitspraken van de commissie van beroep breed te delen. In dit geval maken we een uitzondering, omdat Sebastiaan Wolswinkel partijvoorzitter was en u naar alle waarschijnlijkheid op de hoogte was van de lopende beroepsprocedure.

Op 21 januari is het oordeel van de commissie van beroep aan het partijbestuur en Sebastiaan Wolswinkel gestuurd. Het oordeel is dat het beroep van Sebastiaan Wolswinkel ongegrond is. Daarmee bekrachtigt de commissie het royement.

Na het congres van aankomende zondag zal het bestuur het profiel en de procedure voor het kiezen van een nieuwe partijvoorzitter bekend maken.

PvdDD.nl voegt hier voor de volledigheid graag hoofdstuk 3 van de Statuten van de Partij voor de Dieren aan toe (met name lid 8 is hier van belang):

HOOFDSTUK 3 – Het partijbestuur

Artikel 7 – Partijbestuur

  1. Het partijbestuur bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden. Het aantal leden wordt vastgesteld door het congres, op voorstel van het partijbestuur. Van dit voorstel kan door het congres worden afgeweken met een versterkte meerderheid van tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien het aantal leden van het partijbestuur beneden het aantal van vijf is gedaald, blijft het partijbestuur bevoegd.
  2. De leden van het partijbestuur worden door het congres uit de leden benoemd. Het partijbestuur doet daartoe een niet bindende voordracht. Leden die niet door het partijbestuur worden voorgedragen kunnen zich eveneens kandidaat stellen, volgens de procedure die in het huishoudelijk reglement is vastgesteld. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester worden in functie benoemd. De overige functies worden door de leden van het partijbestuur onderling verdeeld.
  3. Het lidmaatschap van het partijbestuur is niet te verenigen met het lidmaatschap van een afdelingsbestuur, of van de commissie van beroep. Voorts is het lidmaatschap van het partijbestuur onverenigbaar met het lidmaatschap van enige andere landelijke politieke partij.
  4. De leden van het partijbestuur worden benoemd voor een periode van drie jaren en kunnen na afloop van hun zittingstermijn worden herbenoemd.
  5. Het lidmaatschap van het partijbestuur eindigt door overlijden, ontslag, bedanken, door het verstrijken van de duur van de (her)benoeming en wanneer het lidmaatschap van de partij eindigt. Voorts eindigt het lidmaatschap van het partijbestuur indien het betreffende lid wordt benoemd in een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van het partijbestuur.
  6. Leden van het partijbestuur treden in beginsel af aan het eind van de dag van de vergadering van het congres, waarin de duur van hun benoeming eindigt, of waarin zij aftreden. Nieuwe leden treden aan het eind van deze dag toe tot het bestuur.
  7. In een tussentijdse vacature in het bestuur wordt zo mogelijk op de eerstvolgende vergadering van het congres voorzien. Het partijbestuur is bevoegd voorafgaand daaraan tijdelijk uit de leden in vacatures te voorzien.
  8. Een lid van het partijbestuur kan, ook al is hij voor bepaalde tijd benoemd, te allentijde door het congres worden geschorst of ontslagen. Het desbetreffende besluit van het congres vereist twee derden van de uitgebrachte stemmen. Een schorsing kan worden opgelegd voor ten hoogste drie maanden. Behalve wanneer de schorsing eindigt door een besluit tot ontslag of bedanken, eindigt de schorsing door tijdsverloop, of eerder door een besluit tot opheffing van de schorsing. Het congres neemt haar besluit niet eerder dan nadat het desbetreffende lid van het partijbestuur door het congres is gehoord, althans hiertoe in de gelegenheid is gesteld.